Mosselzaadvisserij
Mosselzaad is de grondstof voor de mosselkweek. Twee maal per jaar, in het voorjaar en in het najaar, is er kans op een natuurlijke zaadval.
Gedurende deze twee afzonderlijke perioden mogen mosselkwekers, als er voldoende mosselzaad voor handen is, enkele weken in de westelijke Waddenzee een gequoteerde hoeveelheid mosselzaad opvissen. Dit quotum is in 1992 voor het eerst ingesteld nadat de mosselkwekers in voorgaande jaren geconfronteerd werden met een geringe zaadproductie of zaadval. Ieder jaar becijferen onderzoekers op basis van voorafgaand onderzoek, hoeveel mosselzaad aanwezig is en hoeveel procent van het aanwezige mosselzaad opgevist mag worden voor de mosselkweek. Om de eigen mosselcultuur te beschermen hebben de mosselkwekers gezamenlijk besloten tot een onderlinge verdeling van het mosselzaadquotum. De gemiddelde aanvoer per mosselkweker in de periode van 1968-1995 wordt daarbij als uitgangspunt gebruikt.