Vogel- en Habitatrichtlijn
Strenge (Europese) Vogel- en Habitatrichtlijnen stellen eisen aan het zaadvissen in een natuurgebied als de Waddenzee.
De Nederlandse mosselkwekers moet op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn voortaan aantonen dat zij de natuur geen blijvende schade toebrengen. Daarvoor worden onder andere wetenschappelijke onderzoeken in gang gezet die de mosselkwekers en de Nederlandse overheid gezamenlijk financieren.
Deze onderzoeken hebben een nadeel: ze kosten naast veel geld ook heel wat tijd. Tijd die het Nederlandse Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de mosselkwekers gunt. Er is een overgangsperiode van vijftien jaar tot 2020 afgesproken, waarin een structurele oplossing voor het verkrijgen van zaad uit meerdere bronnen dan alleen vanaf de bodem moet worden gevonden. De zoektocht naar alternatieve methoden is volop aan de gang.
Maar, ondertussen moeten de mosselkwekers wel overleven. Gedurende de overgangsperiode moet elke keer een vergunning aangevraagd worden voor het vissen op mosselzaad. Deze vergunning wordt getoetst aan de Natuurbeschermingswet. Bezwaarprocedures kunnen leiden tot vertraging of zelfs tot het niet kunnen vissen. In dit kader vindt er ook voortdurend overleg plaats tussen de verschillende natuurorganisaties en de mosselkwekers.
De mossel is een eerlijk product. Bij de kweek wordt niets onnatuurlijkst aan de mossel opgedrongen. Vogels en krabben pikken graag een mosseltje mee. De mosselkwekers houden daar al jaren rekening mee en accepteren dat een gedeelte van hun “oogst” opgegeten wordt. Daarnaast hebben ze al tijdens de zaadvisserij een gedeelte achtergelaten voor de natuur. De vraag is of het beëindigen van dit ambacht bij zou dragen aan een beter evenwicht. Nu zorgen de mosselkwekers dat mosselzaad en jonge mosseltjes beschut liggen, waardoor hun overlevingskansen hoger zijn. Mosselkwekers zorgen voor een groter mosselbestand voor de mens en voor de vogels.